Verbinden en afleiden

‘Binnensteden en winkelcentra worden steeds meer ontmoetingsplaatsen. Productoriëntatie gebeurt thuis op het internet. In de stad gaat het om ontmoeten en ervaren. Alles en iedereen wordt met elkaar verbonden’

De vakwereld heeft een nieuw mantra waar connectiviteit en belevenis centraal staan. Op veel plekken krijgt dit concreet vorm. Binnensteden en winkelcentra bieden gratis wifi aan. Een horecaketen als Le Pain Quotidien stelt het eten en drinken aan een gemeenschappelijke tafel centraal. Stationshallen zoals in Utrecht transformeren van passages naar verblijfsplekken waar geshopt, gegeten en gedronken kan worden. Restaurants werken met open keukens. Bekende schrijvers lezen in boekenwinkels ( ☺ ) voor uit eigen werk. Op de werkvloer maken kantoortuinen optimale interactie tussen medewerkers mogelijk. En dan is er nog de smartphone die garant staat voor een permante dialoog met de rest van de wereld. Alles mengt met alles. We noemen het synergie of totale transparantie.

En toch knaagt er iets. Met alle connectiviteit en beleving zijn onze openbare ruimten steeds meer een plek van permanente afleiding en onderbreking. De aandacht van de voorbijganger schakelt van het één naar het ander en dit wordt een permanent proces. De zorgvuldig ingerichte winkeletalage wordt niet meer waargenomen door fanatieke smartphone-users. De muziekherkenningsapp Shazam kan in een winkel met muziek afleiden van het doel waarvoor je gekomen bent. Google Glass, zal in de toekomst digitaal beeld gaan toevoegen aan ons fysieke blikveld, maar wat nemen we nog waar van de fysieke stad? Onze interesse voor een stad of winkelgebied wordt al gauw ingeruild voor de volgende prikkel.

Het is daarom een uitdaging om de sfeer en het gevoel van een stad of winkelcentrum juist te ondersteunen door connectiviteit en beleving. Daarmee krijgt de discussie over het inrichten van onze openbare ruimte nieuwe dimensie. Klassieke programma’s van eisen voor de openbare ruimte leggen het accent op de functie van hoofdassen, aanloopstraten en pleinen en welk fysiek beeld daar bij hoort. Daar komen nu nieuwe claims bij vanuit de (digitale) online-wereld, de belevenismarkt, maar ook de veiligheidsbranche. Deze laatste sector plaatst cameratoezicht, waarschuwingsborden en zichtbare huis- en gedragsregels in het publieke domein.

Al deze nieuwe lagen en met name de samenhang ertussen dwingen ons tot nieuwe inzichten in de functie en betekenis van onze openbare ruimte. Welk programma van eisen leggen we neer in onze steden en winkelcentra als het gaat om het beleven van de openbare ruimte? Het gebruik van QR-codes in de openbare ruimte lijkt nog geen vlucht te nemen. Veel interactieve infozuilen blijven onaangeroerd en de meeste publieksborden, huisregels of APV-bepalingen worden niet gezien. De traditionele driehoeksborden in winkelcentra worden dagelijks routinematig opgesteld in de veronderstelling dat daarmee de stopkracht wordt vergroot. Intussen loopt de twitterende passant voorbij aan al deze uitingen, afgeleid als hij is.

Onze ruimten zijn nog te veel ingericht op verwacht gedrag dat steeds minder aansluit op het gedrag van de huidige stadsbezoeker. Iedere belangengroep legt haar thema’s en claims vast in die ruimte zonder zicht op het geheel van wat een passant ervaart. Zo zul je ontruimingsplannen in winkelcentra pas zien als je er op gaat letten. Dat geldt dus ook voor veel reclame-uitingen.

In een toenemende netwerksamenleving met een hoge mate van connectiviteit vraagt onze openbare ruimte om nieuwe inzichten en kaders. Bij wie kan ik terecht?

Wil je dit artikel delen? Dat kan!