De paradox van het samenwerken (in steden)

Iedere dag spreek ik wel iemand die de noodzaak of behoefte aangeeft om te komen samenwerking en het verbinden van partijen. Hetzij in de binnenstad, een winkelstraat, het toeristisch veld, de cultuursector, de horecabranche, de evenementensector of binnen de gemeente: Iedereen roept op tot samenwerking en co creatie. Directe aanleidingen zijn:

  • versnipperde promotie-initiatieven in één stad of één straat;
  • vele lokale (social media) online omgevingen die alle dezelfde doelgroep proberen te bedienen;
  • het niet op de hoogte zijn van elkaars initiatieven;
  • te weinig (financiële) middelen om de eigen ambities waar te maken;
  • de behoefte aan het opschalen van projecten naar een wijk- of stedelijk niveau;
  • Interesse in wat er in de stad gebeurt buiten jouw eigen vakgebied;
  • Behoefte aan geïntegreerd beleid zoals dat in overheidstermen heet;
  • The list goes on.

Geen congres, lezing of seminar gaat voorbij zonder de roep om krachten van stakeholders te bundelen: ”We moeten meer samenwerken”. Het wordt zo langzamerhand sleets.

Toch is de praktijk weerbarstig. Met de roep om samen te werken worden er tegelijkertijd muren opgetrokken. Immers, er zijn sectorale belangen, gebieds- en straatbelangen, er is het eigenbelang of dat van de organisatie, er is het financiële belang en natuurlijk het personeelsbelang. Dan is er vaak ook nog het verschil van inzicht tussen stakeholders. Waar de ene partij op straat bottom up initiatieven wil ontwikkelen en de quick wins wil realiseren gaat de andere partij voor visieontwikkeling en het organiseren van brainstormsessies. Ook komen vaak organisaties bij elkaar die alle hun eigen context en cultuur hebben. Tussen horeca en detailhandel zit een wereld van verschil om nog maar te zwijgen over de cultuur- en evenementensector in de stad. In veel gevallen vraagt men zich niet eens af of samenwerking wel nodig is. Ik heb in het verleden veiligheidsprojecten geleid in gebieden waar ‘afspraken’ werden gemaakt over zaken die wettelijk allang vastgelegd waren en waar de uitvoering van één of meerdere partijen te wensen over liet. Vervolgens spraken we af dat we elkaar daar op gingen aanspreken (huh?). Ook convenanten of intentieverklaringen zijn geen garantie voor succes in de stedelijke samenwerking.

En toch blijft er die noodzaak om collectief dingen op te pakken. Immers samenwerken tussen instanties is het bij elkaar brengen van verschillende competenties en organisatieculturen die nodig zijn om een probleem of vraagstuk in de stad op te pakken. Het samenwerkingsverband moet iets creëren dat boven de eigen organisatie uitstijgt. Daarvoor moet een ieder ruimte krijgen om hierin mee te gaan. Dat is nou net de kunst van het vak als projectleider. Vaak is niemand echt ‘de baas’ en dat vraagt om andere inspanningen om het collectief bij elkaar te houden.

Dit jaar zal ik mij in Breda inspannen om de beleidsvelden toerisme en hospitality, binnenstad, evenementen en citymarketing aan elkaar te verbinden. Het is een breed veld van stakeholders waarin iedereen zijn eigen organisatiecontext en belang meeneemt. Het gewenste eindresultaat is een netwerksamenwerking (ik vermijd het woord organisatie) waarin deze partijen op natuurlijke wijze met elkaar gaan co creëren en elkaar aanvullen. De eerste stappen zijn gezet door simpelweg de stakeholders en hun belangen (financieel, organisatorisch of qua personeel) scherp in kaart brengen. Je kunt maar liever meteen weten met welke agenda men aan tafel zit. De volgende stap is een ‘winning team’ samenstellen met partners die dezelfde ambitie en mindset hebben. Nooit mensen uitnodigen op basis van hun positie maar op basis van hun ambitie. Wordt vervolgd!

Wil je dit artikel delen? Dat kan!