Binnensteden verdienen eigen toekomstagenda

Tijdens de verdiepingssessie Centrummanagement van het Lectoraat van Fontys Brainport in het voorjaar van 2015 was ik gastspreker. Aan de hand van vier stellingen kwam de discussie op gang. Mijn boodschap voor deze dag heb ik als volgt verwoord: “Onze Binnenstad zijn de afgelopen jaren gekaapt door de retailagenda. Een binnenstad is meer dan retail.”

Straatnamen als de Kalverstraat (Amsterdam) of de Veemarktstaart (Breda) verwijzen deels naar wat er zich vroeger afspeelde. Binnensteden waren handelsplaatsen en hadden warenmarkten naast het feit dat er kerken en hospitaals stonden. Na de tweede wereldoorlog zijn binnensteden vooral plekken geworden waar geconsumeerd ‘moest’ worden. Historische straten werden volop bewinkeld, nieuwe passages en malls werden aan de binnenstad toegevoegd, autostraten werden voetgangersgebied, historische stenen puien werden grote glazen puien en de zondag als ‘niet winkeldag’ is grotendeels verleden tijd. Alles ten behoeve van de retailsector. Niet dat ik bepleit om dit allemaal terug te draaien maar het toont aan hoe we mentaal met onze binnensteden zijn omgegaan.

Misschien is dit alles wel de erfenis van de Centrale Plaatsentheorie van de Duitse geograaf Walter Christaller. In dit model zijn binnensteden de top van de verzorgingspiramide waarin ook stadsdeelcentra, wijk- en buurtcentra zijn opgenomen. Daarmee zijn binnensteden geïncorporeerd in het systeemdenken over retail/winkelgebieden. Jarenlang heeft dit model ons ruimtelijk-economisch beleid voor winkelgebieden en de binnenstad gedomineerd. Het synoniem maken van retailbelangen en de binnenstad heeft zich genesteld in binnenstadsvisies, bestemmingsplannen en beleidsnota’s. Over bezoekers wordt in veel beleidsdocumenten gesproken als consumenten. Daarmee is consumeren een doel op zich geworden.

Deze situatie wordt mede in stand gehouden door de organisaties en instituten die zich actief met de binnenstad bezighouden en er mee verbonden zijn: de retailsector, maar zeker ook de daar aan verwante vastgoedsector, vastgoedbeheerders, makelaars en de gemeenten. Dit samenspel is in veel gemeenten zo vanzelfsprekend geworden dat het moeilijk is om er aan te ontsnappen. Dat is precies waar voor mij de schoen wringt en waar verandering in het denken over binnensteden urgent is, Immers:

  • De retail maakt een turbulente periode door waarbij veel ketens wegvallen. Of we het nou disruptie noemen of niet. Er is iets wezenlijks aan het veranderen bij publiek en aanbieders van producten. Retail is uiteindelijk niet meer dan een schakel in de logistieke keten tussen vraag en aanbod;
  • Vastgoedeigenaren bewegen vaak niet of langzaam mee met de nieuwe retailrealiteit en laten panden verkommeren. Tegelijkertijd is men huiverig voor experimentele niet retailfuncties;
  • Vastgoed en beheermaatschappijen komen steeds vaker in buitenlandse handen waar op corporate niveau minder binding is met lokale Nederlandse problemen en belangen;
  • Gemeenten zweren bij het bottom up halen van informatie en vorm geven van processen, waardoor centrale regie voor de binnenstad vervaagt of verdwijnt.

Binnensteden zitten dus opgescheept met een disfunctionele orde die niet bijdraagt aan de uitdagingen waar de centra voor staan. Langdurige leegstand in verwaarloosde of niet geactualiseerde panden is daar een uiting van.

De Binnenstad verdient haar eigen agenda. ‘Van consumenten naar bezoekers en van klanten naar verblijvers.’ Retail zal er altijd zijn in de binnensteden maar anders, meer gecombineerd met andere functies en op minder vierkante meters. Is dit erg? Wat mij betreft niet. Als de huidige tijd en leefstijlen vragen om andere invullingen en functies van onze binnensteden kunnen we daar maar liever gehoor aan geven. Dit houdt onder andere in dat er ruimte komt voor functies en voorzieningen die niet passen in de huidige verdienmodellen van het vastgoed. De creatieven en local heroes lijken er klaar voor te zijn. Ook daar zal het kaf zich van het koren scheiden. De evenementen- en festivalsector is levendig en groeiend en kunst en cultuur kunnen via storytelling een bijdrage leveren aan het betekenisvol maken van onze centra. Er is werk aan de ‘winkel’.

Gemeente doen er goed aan om binnenstadsvisies ook echte visionair te maken en geen optelsom van bestaande belangen. Laten we de transitie, disruptie en/of crisis benutten om ons denken over steden te voorzien van frisse mentale zuurstof.

Wil je dit artikel delen? Dat kan!